Hoop (2)

Hoop is een raar ding. Hoop doet leven maar veroorzaakt met hetzelfde gemak een hoop ellende. Denk maar aan de supervervuilende mesthoop in Nederland of de allesverslindende geldhoop van Elon Musk. Los van het materiële kan hoop ook behoorlijk huishouden in het emotionele en mentale domein: hoop komt pas op als iemand het nodig heeft en kan vervolgens beschaamd worden, in rook vervliegen of ijdel blijken te zijn.

Toch is voor de meeste mensen hoop positief: de situatie is nu dan misschien wel hopeloos, maar wie weet wat de toekomst brengt, er is toch nog van alles mogelijk. Hoop als een sprankje verwachtingsvol vertrouwen in de toekomst, een mentale strohalm om niet kopje onder te gaan, een lichtpuntje dat uitnodigt tot actie zodra het weer kan.

Zo hopeloos als ik het hierboven beschrijf hoeft het natuurlijk niet te zijn. Hoop duikt ook op in meer alledaagse situaties. Situaties waarin het niet helemaal gaat zoals we ons wensen,  waarin we ellende voorzien als een bepaalde wens niet uitkomt of waarin we het resultaat van iets niet onder controle hebben. Zo heb ik de hoop dat morgen de zon dan toch eindelijk weer eens gaat schijnen de afgelopen weken veelvuldig langs horen komen. Of de hoop om niet met een gipsvlucht terug te hoeven vliegen. Of de hoop op een winnend lot in de eindejaarsloterij.

Het was eigenlijk het boek Dagen als vreemde symptomen van Leonieke Baerwaldt dat de andere kant van hoop voor mij onthulde. Een boek over de dans tussen hoop en wanhoop in een moeder met een meervoudig gehandicapt kind. Een dans waarin ik meegenomen werd door rake zinnen met hoop in de hoofdrol:

Hoop is dope.

Alle ellende van mensen komt voort uit hoop.

Hoop is nu een zorgindicatie.

Hoop verlengt de marteling.

Hoop is nu een trage vierkwartsmaat…

Haar dans met de hoop stopt door het overlijden van haar dochter. Die van mij stopte door het lezen van haar boek. Mijn kijk op hoop is behoorlijk overhoop gehaald; ik ga op zoek naar een nieuwe danspartner.

Erica van den Buijs