Ik geloofde het niet, maar er bestaat zoiets als ‘wiskundige hoop’. Volgens van Dale ‘het product dat je krijgt wanneer je een bedrag dat je hoopt te winnen, vermenigvuldigt met de kans die je hebt om dat bedrag te winnen’. Best interessant: het belooft een realistischere hoop en dus minder teleurstelling.
Om er vat op te krijgen, reken ik mijn wiskundige hoop uit voor mijn eindejaarslot. Al tijdens het rekenen voel ik dat het me eigenlijk helemaal niks uitmaakt hoe groot of hoe klein mijn wiskundige hoop is. Ik koop mijn lot voor de lol en als ik niet win, lijd ik helemaal geen verlies: die 30 miljoen is niet van mij en zonder eet ik geen boterham minder.
Dat lijkt een belangrijke voorwaarde voor de pijnlijke keerzijde van hoop: daadwerkelijk een groot verlies lijden als de hoop ijdel blijkt.
Ik stel me een ziektesituatie op leven en dood voor. Zou wiskundige hoop daar soulaas bieden? Ik twijfel onmiddellijk en voel dan een ‘nee’. Er zijn wel slaagkansstatistieken, maar ja, die zeggen niks over de kans van slagen voor die ene mens in die ene situatie. En welk bedrag ken je toe aan een ‘once-in-a –lifetime’-leven?
Maar hoe ga je dan wél om met het risico op verlies? Vol inzetten op een positieve uitkomst omdat dat mogelijk de kans op succes vergroot en de bijbehorende mega-teleurstelling op de koop toe nemen? Of jezelf indekken tegen teleurstellingspijn door je hoop af te dekken?
Dat laatste was tot nu toe mijn zelfbeschermingsstrategie. Maar ik hoor en lees nu over een andere mogelijkheid: Neem vóóraf je verlies al en erken dat je helemaal niks in te brengen hebt. Ja, je zult krakkemikkig en ziek worden; ja, je zult doodgaan; ja, je zult alles wat je dierbaar is op enig moment verliezen. Dat zit in de menselijke aard en daar is geen kruid tegen gewassen. Doorleef nu al deze oerverliezen tot in het diepst van je wezen en je angst ervoor lost op. Dan heb je geen hoop meer nodig, dan ben je vrij.
Erica van den Buijs