Twee fascinerende zinnen in W. van Steve Sem-Sandberg: “Mensen om hem heen of gebeurtenissen die hij meemaakt worden voor hem pas werkelijkheid wanneer hij in staat is ze een plaats te geven in een samenhang die hij zelf overziet.” En vijf pagina’s verder: “Welk inzicht? Nou, het inzicht dat we niet de juiste proporties en afmetingen hebben om de wereld te begrijpen.”
Deze raadselachtige zinnen horen voor mij bij elkaar maar ik weet nog niet hoe. Om het met die zinnen te zeggen: Ik ben duidelijk nog niet in staat ze een plaats te geven in een samenhang die ik kan overzien. En misschien komt dat ook nooit, omdat ik niet de juiste proporties en afmetingen heb om ze te begrijpen.
Dit omzetten van zinnen in de ik-vorm is mijn manier om vage zinnen betekenis te laten krijgen. Het maakt een algemene uitspraak ineens een persoonlijke uitnodiging om dieper te kijken: waar appelleert de ik-zin in mij aan en is de uitspraak voor mij eigenlijk wel waar?
Dat in de ik-vorm zetten is begonnen met de leefregels van de boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh. In de we-vorm irriteerden ze mij door het hoog ‘kudde’- en ‘gij zult’-gehalte. Uit baldadige nieuwsgierigheid zette ik ze in de ik-vorm. “Wé streven een wereld na die…” (Uh, ja, natuurlijk, nou en, maak ik zelf wel uit!) werd “Ík streef een wereld na die …” (Huh? Is dat zo? Interessant! Oeps, pfff, misschien toch minder dan ik denk, pijnlijk…); er ging een wereld aan zelfinzicht voor mij open.
Zo ook nu weer. Na de ik-metamorfose van de twee zinnenhoorden ze ineens bij elkaar en beschreven de onontkoombare beperktheid van mijn bewustzijn. Want als ik niet de juiste proporties en afmetingen heb om de wereld te begrijpen en als dingen voor mij pas werkelijkheid worden als ik in staat ben ze een plaats te geven in een samenhang die ik zélf overzie, dan zit ik dus altijd in míjn versie van de wereld. En niet in die van dé wereld. Wist ik natuurlijk wel, maar goed om dat weer eens ergens te lezen.