Uit het leven gegrepen (filmscenario/ eenakter)

Een moeder en haar volwassen transdochter rijden in een auto naar de supermarkt. Moeder zit achter het stuur, dochter zit ernaast. Het is een tijdje stil. Dan opent moeder het gesprek.

Moeder: “Mag ik je iets vragen? Het gaat over lhbtiq+-ers en daar weet jij meer van dan ik.”

Dochter knikt aarzelend.

Moeder: “Hoe komt het toch, dat mensen die de gebruikelijke hokjes willen openbreken zo veel verschillende hokjes voor zichzelf creëren? Ik zag laatst een overzicht van al die lhbtiq+-vlaggen… Waarom niet kiezen voor één hokje: ‘mens-zijn’? Daarnaast: worden er niet twee dingen door elkaar gehaald? Genderidentificatie en sexuele voorkeur? Ik snap dat je kenbaar wilt maken hoe je jezelf identificeert en hoe je aangesproken wilt worden, maar je sexuele voorkeur? Dat is toch juist níet meer interessant in de huidige maatschappij?”

Na een halve minuut stilte volgt een antwoord.

Dochter: “De behoefte aan extra hokjes is een gevolg van de twee oerhokjes die we al eeuwenlang hebben.

Moeder: “Oh, hoezo?”

Dochter: “Nou, die gingen uit van twee genders, puur gebaseerd op uiterlijke geslachtskenmerken, die ook nog eens uitsluitend kruislings sex mochten hebben. Daar zit ook de koppeling. Meer wetenschap en minder kerk gaf wel ruimte voor de ontdekking en beleving van de natuurlijke variëteit in gender en sexuele voorkeur, maar de fixatie op die twee oorspronkelijke hokjes en de bijbehorende sexuele moraal verdween helaas niet. Dat maakt buiten deze hokjes leven nog steeds gevaarlijk en een eígen hokje creëren, om je eigenheid en ervaringen veilig te kunnen delen, heel verleidelijk. Ik denk dat al die lhbtiq+-hokjes pas verdwijnen als het heilige geloof in die twee oerhokjes er niet meer is.”

Moeder (peinzend): “Ah, ja, ik denk dat je gelijk hebt…  dan maar hopen op een hokjesvrije nieuwe generatie.”

In stilte rijden ze verder. Ze parkeren bij de supermarkt en stappen uit. Er loopt een jong kind langs. Het kijkt, stopt en vraagt:

Kind (tegen dochter): “Ben jij nou een man of een vrouw?”

Kosmische held

Het uitsterven van de mensheid is een kwestie van tijd: over 4,5 miljard jaar brandt onze zon op met in het voorprogramma een hittegolf waardoor al het water op aarde verdampt.

Of we het zo lang gaan uithouden is maar de vraag. De snelste en zekerste weg naar onze uitroeiing plaveien we momenteel zelf met onze verslaving aan nucleaire massavernietigingswapens en onze dodelijke levensstijl. Laten we het gebeuren of gaan we het vege lijf nog een tijdje redden door onze gevaarlijke gewoontes los te laten?

Ik vrees dat het een gelopen race is; het opgeven van verworven controle, rechten, bezit en comfort ligt niet in onze aard. Zeker niet als voorspelde rampspoed onze achtertuin nog niet heeft bereikt. Maar vaak ook niet als we er al door overspoeld worden. We blijven meestal doen wat we doen omdat we hopen dat het meevalt of omdat we niet anders kunnen: als je maar verslaafd genoeg bent, is niets voldoende reden om te veranderen.

En verslaafd zijn we, niet alleen aan onze verworvenheden, maar vooral aan het idee dat we als soort de onaantastbare topdog van de schepping zijn die alles en iedereen ondergeschikt mag maken aan zijn behoefte aan zekerheid en comfort. Individuen, bedrijven en landen die dit idee tot levenskunst hebben weten te verheffen, zetten we op een voetstuk en we omarmen het bijbehorende adagium ‘Ieder voor zich en [God/ de overheid/ de VN/…] voor ons allen’. Maar God is dood en de rest te machteloos om onze verslaving te breken.

Wat nu? We kunnen natuurlijk niks doen tot het water aan onze lippen staat. Maar effectiever lijkt een machtige gemeenschappelijke vijand. Een buitenaardse topdog die dreigt met een vijandelijke overname. Volgens mij gaan we dan héél snel wél samenwerken om te overleven… Laat maar doorkomen die kosmische hulk.

Erica van den Buijs

Code oranje

De gele bliksemflits spat van mijn telefoonscherm, het rood van de waarschuwingsdriehoek dringt zich aan mij op: er komt noodweer aan! Mijn brein springt in de overlevingsstand, allerlei rampscenario’s schieten door mijn hoofd en ik vink het lijstje met veiligheidsmaatregelen af: zonnescherm opgerold, ramen en deuren dicht, tuingieter naar binnen, de oleanders onder het afdak…

Een vreemde donkerte sluipt het huis in en maakt lezen onmogelijk. Ik doe het licht aan en kijk naar buiten. De lucht trekt dicht met het dreigende groengele grijs van naderend onheil. Ik ervaar een oorverdovende stilte, de vochtige lucht leunt zwaar op de aarde en alles houdt de adem in.

Ik besluit naar buiten te gaan, dit wil ik meemaken. Zittend op mijn stoel, met mijn huis als rugdekking, slurp ik de natuur op met al mijn zintuigen. Herinneringen aan onweer, storm en regen, windstoten en hagel in een tentje in de Alpen, aan kapotgewaaide caravans, kromgewaaide tentstokken en als luciferhoutjes afgebroken bomen, komen omhoog. Mijn hart klopt in mijn keel, de spanning stijgt.

Het ruisen van de bomen wordt luider en luider, de kruinen zwaaien vervaarlijk ver heen en weer op hun krakende stammen. Aanzwellende wind, alles in beweging, dieren verstopt in de heg, een onverwachte vleug vlinderboom, naderende donder in de verte en de eerste dikke druppels op de tuintafel. Ik zet mij schrap voor wat komen gaat, om naar binnen te kunnen vluchten zodra het losbarst.

Maar niet ik vlucht, de storm vlucht, oostwaarts, met regen en onweer in zijn kielzog. Zo snel als de wind opkwam, gaat die ook weer liggen, het wolkendek breekt open en de zon keert terug.

Ik kijk rond, alles is weer zoals het was. Opluchting en teleurstelling strijden en teleurstelling wint: wéér een code oranje die zijn schreeuwerige belofte voor spektakel niet nakomt. Erica van den Buijs

Hoe eerlijk is sport eigenlijk?

Bij de Paralympische Spelen hanteert men zwaartecategorieën voor handicaps. Soms voegt men twee zwaartecategorieën samen, meestal wint een sporter uit de lichtste categorie. Niemand protesteert maar ik denk: Is dit eerlijk?

Ook bij ‘reguliere’ sporten hanteert men categorieën om kansengelijkheid te creëren. De meest basale indeling is ‘mannenlichamen’ en ‘vrouwenlichamen’. Dat die indeling niet zaligmakend maar wel heilig is toont de ophef over twee mannelijk ogende boksters tijdens de laatste Olympische Spelen. Het IOC verklaarde: “Dit zijn vrouwen, geboren en getogen in hun vrouwenlichamen.” “Niet eerlijk” zeiden velen, “ze zijn te sterk, te mannelijk, de ‘echte’ vrouwen hebben geen schijn van kans.”

Maar ja, is dat niet eigen aan sport? Het ene lichaam is geschikt voor schaken, het andere voor de marathon en het volgende voor karate. Sommige lichaam-geestcombinaties blinken zó uit in hun sport dat alle anderen het nakijken hebben. Ook hulpmiddelen kunnen behoorlijk veel impact hebben. Hoe eerlijk is het als de snelheid van je auto voor een groot deel je winstkansen bepaalt? Of de sprongkracht van je paard, de veerkracht van je schoenzolen of die van je blade? Er is nog maar één conclusie mogelijk: sport is inherent oneerlijk…maar laat dat alsjeblieft de pret niet drukken.

Erica van den Buijs